APEX RACEWIRE Redactie
FIA deelt eerste motorupdates van 2026 uit via prestatieregels
Mercedes, Audi, Ferrari en Honda krijgen extra ontwikkelingsruimte nadat ze bij de eerste evaluaties van 2026 achterop raakten bij de benchmark.
Door Sanne Vermeer - 2026-08-26T14:38:00.000Z - 3 min leestijd
Formule 1-bestuursorgaan de FIA heeft de uitkomsten bekendgemaakt van de eerste twee evaluatieperiodes voor het mechanisme voor extra ontwikkelings- en upgradekansen (ADUO), waarmee de nieuwe technisch reglementen van 2026 voor het eerst in de praktijk worden toegepast. Het systeem, ontworpen onder Artikel C4 van het reglement, is bedoeld om de prestaties van de verbrandingsmotoren op de grid te bewaken en in te grijpen als een fabrikant meer dan twee procent achterop raakt bij de leidende krachtbron.
Het evaluatieproces berekent prestatieverschillen aan de hand van drie afzonderlijke fasen in één seizoen. Het eerste beoordelingsvenster sloot onmiddellijk na de Grand Prix van Canada, terwijl het tweede controlemoment werd afgerond na de Grand Prix van Hongarije. Hoewel het bestuursorgaan specifieke prestatie-indexmetingen geheimhoudt ter bescherming van intellectueel eigendom en fabrikantengegevens, zijn de daaruit voortvloeiende ontwikkelingsrechten inmiddels formeel toegekend aan alle concurrerende motorleveranciers.
Voor het eerste beoordelingsvenster bevond Mercedes zich in het tekortvenster van twee tot vier procent. Deze classificatie geeft de Duitse fabrikant het recht om tijdens de huidige campagne één extra homologatie-update te introduceren en een verdere upgrade voor het volgende seizoen. Aan deze ontwikkelingsrechten zijn tevens verhogingen gekoppeld van zowel de vastgestelde budgetplafonds als de toegestane testuren op de dyno.
De uitkomsten vielen gunstiger uit voor concurrenten Audi, Ferrari en Honda. Bij al deze fabrikanten bleek de achterstand op de referentiekrachtbron meer dan vier procent te bedragen. Als gevolg hiervan hebben deze drie fabrikanten toestemming gekregen om zowel in het huidige als het daaropvolgende seizoen twee extra motorhomologaties door te voeren, vergezeld van aanzienlijk ruimere financiële en testbudgetten om hun inhaalslag te versnellen.
Het landschap zag er compleet anders uit toen de tweede evaluatieperiode werd doorgerekend. Na afloop van de zomerfase in Hongarije wees de daaropvolgende analyse uit dat er voor dat specifieke venster geen extra homologaties of testuren zouden worden toegekend aan enige motorfabrikant. Dit duidt erop dat de onderlinge verschillen tijdelijk waren gestabiliseerd of dat de ontwikkelingsdrempels tijdens die races niet opnieuw zijn overschreden.
FIA-directeur Eenzitters Nikolas Tombazis verdedigde de robuustheid van de methode en stond tegelijkertijd stil bij het innovatieve karakter van het systeem. Hij merkte op dat een grondige analyse van de data het bestuursorgaan absoluut vertrouwen geeft in de bevindingen, al erkende hij ook dat dit het debuutjaar van het mechanisme is en dat doorlopende overleggen met fabrikanten kunnen leiden tot subtiele aanpassingen van het kader in de toekomst.
De aandacht verschuift nu naar de slotfase van de evaluatiecyclus. De derde en tevens laatste ADUO-beoordelingsperiode van het seizoen omvat een reeks van zeven races,lopende van de Grand Prix van Nederland tot en met de Grand Prix van Mexico-Stad, waarin wordt bepaald of er voor het einde van het jaar nog verdere ontwikkelingsreddingslijnen worden uitgedeeld.